“Liefde boven perfectie"

Gepubliceerd op 1 december 2025 om 11:09


Na die drukke intense weken — de prikkels rondom de verjaardag van mijn zoon, de veranderingen voor mijn dochter, en mijn eigen gedachten die nooit echt stilvallen — besef ik opnieuw hoe sterk je moet zijn als moeder. Niet perfect, niet altijd zeker, maar wél aanwezig. Want met een kind met autisme leer je dat hun wereld alleen groter wordt als jij blijft proberen: met kleine stapjes, soms met vallen en opstaan, maar altijd vooruit. In mijn vorige blog vertelde ik over het prachtige huis dat we gingen bezichtigen — modern, groot, vrijstaand, precies alles wat we zochten. Op de terugweg besloten mijn man en ik zelfs al: ja, we nemen het huis. Maar ik sloot die blog af met de woorden: “Waarom we uiteindelijk toch nee zeiden? Soms voelt een droomhuis perfect… totdat je beseft dat perfect niet altijd past bij je gezin, en vooral niet bij een kind met autisme...

 

De volgende dag — nog geen 24 uur na de bezichtiging — hadden we al vroeg in de ochtend een kennismaking bij een dagbesteding voor onze dochter. Die afspraak stond al weken vast, nog vóór we wisten van het huis. En eerlijk? Tot nu toe liep elke kennismaking met een school of dagbesteding uit op teleurstelling. “Ze past hier niet,” “Het is nog te heftig,” hoorden we steeds opnieuw. Maar dit schooltje voelde anders. Het lag midden in het groen, omgeven door bossen en weilanden. Rust, stilte, ruimte.

Mijn man parkeerde de auto. Met knikkende knieën zei ik tegen mijn dochter: “Ga je mee naar je nieuwe schooltje kijken?” En tot onze verbazing pakte ze mijn hand en stapte meteen enthousiast uit. Zou ze me echt begrepen hebben? Mijn man en ik keken elkaar aan met een klein, hoopvol lachje.

Binnen stonden drie lieve vrouwen ons op te wachten. Het voelde warm, gastvrij. Het gebouw leek op een speelparadijs, maar dan rustig, prikkelarm, overzichtelijk. In de hal stonden rolstoelen — en ineens voelde ik iets in mij prikken. Blijdschap omdat mijn dochter meewerkte… maar ook dat pijnlijke besef dat je soms wegduwt: mijn kind is ziek, mijn kind is gehandicapt. Het kwam ineens keihard binnen.

In de hal hing een grote schommel. Een jongen van een jaar zestien schommelde erop, helemaal in zijn eigen wereld, met een grote glimlach. Zo puur, zo mooi. We liepen door naar het klasje waar onze dochter terecht zou komen: vier kinderen tussen de 4 en 12 jaar. Ons meisje zou de vijfde zijn. De begeleiders waren warm, rustig, vriendelijk. En ik? Ik moest mijn tranen wegslikken. Want voor het eerst in haar leven zag ik kinderen die precies deden wat mijn dochter doet. Ieder in hun eigen wereld, genietend op hun eigen manier. Het voelde als thuiskomen — voor haar én voor mij.

Onze dochter vond meteen haar plek. Een snoezelruimte, zachte kussens, een bellenlamp, een rustig filmpje dat met een beamer werd afgespeeld. Ze was tevreden, ontspannen, compleet in haar element.

We moesten daarna nog met het hoofd en de orthopedagoog praten. Ik vroeg mijn dochter of ze even mee wilde… maar mevrouw hoorde helemaal niks, zo diep zat ze in haar eigen wereldje met een grote glimlach. De juf vroeg of ze in de klas mocht blijven tijdens het gesprek. In mijn hoofd ging alles tegelijk. Ik had haar nog nooit alleen gelaten met onbekenden. Alleen de twee oma’s en mijn zus vertrouw ik met haar. Ze kan niet praten, ze kan niet vertellen hoe iets was. Maar ik zag hoeveel plezier ze had, hoe veilig ze zich voelde. En heel voorzichtig liet ik los.

De orthopedagoog zag mijn zorgen meteen. “Het duurt niet lang hoor,” zei ze zacht. “We zitten hier vlakbij.” We zeiden tegen ons meisje dat we zo terugkwamen, en gingen.

Tijdens het gesprek voelde ik mijn emoties omhoogkomen. Alles was veel: de kinderen met zware handicaps, het woord dagbesteding, de erkenning dat je kind geen regulier onderwijs aankan. En dan de toekomst… de gedachte dat je hoopt dat God je lang laat leven, zodat jij altijd voor haar kunt zorgen. De wereld is hard en zij is zo kwetsbaar. En toch weet je: het moment komt dat je stukje bij beetje moet loslaten — hoe moeilijk dat ook is. Het is anders dan bij een gezond kind. Zij praat niet, ze vertelt niks, ze is pas vijf. Maar ik wist ook: dit is goed voor haar. Dit is nodig.

Toen we terugliepen naar het lokaal, lag ons meisje op de bank te zingen. Eén van de leidsters masseerde haar voetjes. Ze zag ons binnenkomen, sprong juichend op en rende rondjes op haar blote voetjes van pure vreugde. Dat beeld… dat was alles. Zo zagen we haar alleen thuis nooit ergens anders.

Vanaf januari mag ze twee dagen starten.

En het voelt zo onwerkelijk. Vijf jaar lang hebben we haar bijna 24/7 thuis gehad. En nu gaat ze straks écht beginnen aan haar plek in de maatschappij. Haar eerste stapjes in een wereld die tot nu toe te hard, te druk en te groot voor haar was.

 

Eindelijk een plek voor haar.

Eindelijk een plek waar ze zichzelf mag zijn.

Eindelijk… een plek waar ze thuishoort.❤️

 

En precies dáárom hebben mijn man en ik besloten om het nieuwe huis toch niet te doen. Hoe prachtig het ook was, hoe perfect het ook aanvoelde — dit voelt nóg belangrijker. Ons meisje heeft eindelijk een plek gevonden waar zij mag groeien, bloeien en zichzelf mag zijn. En haar geluk staat voorop. Geen huis, hoe mooi ook, weegt ooit op tegen haar rust, haar veiligheid en haar toekomst.