Ik was er even tussenuit.
Niet omdat ik dat wilde, maar omdat mijn lichaam mij dwong om stil te vallen.
Die koude wintermaanden… een weersomslag en hoppa — genoeg bacteriën om een heel huishouden plat te leggen. Iedereen ziek. Griep of what the fuck het ook was. Zelfs ik. Die zogenaamd altijd sterke mama.
Als een oermoeder sleepte ik mezelf dagenlang vooruit. Tot het niet meer ging. Tot mijn lichaam ineens zei: nu is het genoeg. Met alles wat ik nog in me had, verzamelde ik de moed om mijn man te vragen of zijn moeder Kayla even kon opvangen. En precies op het moment dat hij de deur uitliep met haar, brak bij mij de koorts uit.
Kou tot in mijn botten.
Ik plantte mezelf onder twee dekens op de bank en hoopte maar één ding: laat onze jongste alsjeblieft nog een uurtje doorslapen. Ik was zó kapot.
En alsof ziek zijn nog niet genoeg was, waren de dagen met Kayla al een tijdje weer ondraaglijk zwaar.
Na Sinterklaas ging het volledig bergafwaarts. Terug naar af. Terug naar het begin.
De nachten… rond een uur of twee wakker worden en dan woedeaanvallen tot de ochtend. Urenlang. En overdag — terwijl je jezelf al moet voortslepen — opnieuw boosheid, agressie, ontploffingen. Niet op de bank mogen zitten. Eigenlijk gewoon niet in de woonkamer mogen zijn.
Zelfs buiten de deur escaleert het.
Zoals eergisteren, op de verjaardag van mijn moeder.
Wat een gezellige middag had moeten zijn, veranderde in een nachtmerrie. Haar woedeaanval duurde ongeveer vijf uur. Vijf. Uur. Lang. We moesten haar met drie man vasthouden om haar te beschermen. Uiteindelijk besloot oma eerder weg te gaan met Kayla.
Maar ik wist wel beter.
Mijn dochter is hier niet “even doorheen”. Maar niemand luisterde. Dus hield ik mijn mond weer.
En dat terwijl ze bijna elke dag, bijna de hele dag woedeaanvallen heeft. We komen niet aan rust toe. De zorgen rijzen de pan uit. Soms houden we haar huilend vast tijdens zo’n aanval, terwijl ze met haar hoofd bonkt — bulten overal. Medicatie wordt steeds verhoogd, maar helpt niet. Het is verschrikkelijk. Stressvol. Slopend.
Iedereen om haar heen probeert het goed te doen. Er wordt een web om haar gespannen.
“Oh, dat wil ze niet? Dan doen we het niet.”
Maar ik wil dat ze óók leert.
Ik wil haar niet opsluiten in haar eigen wereld. Ik wil dat ze groeit. Dat ze af en toe nieuwe prikkels krijgt, hoe moeilijk dat ook is. Want zelfs in rustige omgevingen heeft ze woedeaanvallen. Ze is extreem prikkelgevoelig.
En juist op momenten zoals die verjaardag voel je hoe weinig je écht gehoord wordt als ouder.
Iedereen weet het beter. Iedereen heeft een mening. Maar niemand vraagt: wat helpt jullie? Niemand biedt daadwerkelijke hulp. En dat maakt alles zwaarder.
Een paar maanden geleden had ik dit niet durven zeggen.
Maar sinds we met Kayla bij de GGZ lopen, sinds ik keer op keer bevestiging krijg van psychiaters, durf ik mijn stem te gebruiken.
En deze keer werd ik boos.
Boos omdat ik daar op de grond lag te vechten met mijn dochter. Om haar te beschermen. Om mezelf te beschermen. Ze probeerde me te bijten. Trok aan mijn haar. Sloeg met haar hoofd zo hard op de grond dat ik haar ogen even zag wegdraaien.
Ik schreeuwde het uit.
“Stop. Ik kan dit niet meer. Ze slaat haar hoofd kapot.”
Iedereen was stil.
Niemand kent dit van mij. Maar ook ik heb een emmer. En die liep over.
Ik wil dat mijn kind hulp krijgt.
Ik wil niet dat mijn kind zichzelf kapot maakt. De angst. De zorgen. Het vreet aan me.
Maar vandaag… vandaag heeft iedereen eindelijk gezien dat dit geen “lastige fase” is. Geen wissewasje.
Dit is heftig. Meer dan heftig.
En vandaag hielden wij voet bij stuk.
Wij willen dat onze dochter van top tot teen onderzocht wordt. Geen aannames meer. Geen eindeloos verhogen van medicatie. Maar écht kijken. Want ik voel al zo lang dat ze ergens pijn heeft. Dat er iets is wat haar triggert.
Onze huisarts gaf ons gelijk.
Kayla is non-verbaal. Ze kan niets uitleggen. Niets vertellen. Dus móéten wij luisteren naar wat haar gedrag ons zegt.
Na eindeloos bellen kwam er eindelijk dat ene telefoontje.
Begin januari mag Kayla naar het ziekenhuis. Onder sedatie wordt ze volledig onderzocht.
Eindelijk.
Het is geen oplossing. Nog niet.
Maar het is een begin. En soms is dat precies genoeg om weer even adem te kunnen halen.